Ondernemingsrecht fiscaal

Voortgezet ondernemerschap en de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de inkomstenbelasting en de erfbelasting

Toegevoegd:
Ondernemingsrecht fiscaal

Leerdoelen:Noot van Wisselink bij HR 26 januari 1955, nr. 12 088, ECLI:NL:HR:1955:AY4122

Om een beroep te kunnen doen op de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten van art. 35b e.v. SW en art. 4.17a Wet IB 2001 moet sprake zijn van ondernemingsvermogen. Worden aandelen in een BV verkregen, dan dient de vennootschap een onderneming te drijven als bedoeld in art. 3.2 Wet IB 2001, hieronder te verstaan een materiële onderneming, en zijn de faciliteiten van toepassing op de vermogensbestanddelen voor zover die toerekenbaar zijn aan de onderneming. In deze ELN wordt de vraag behandeld of de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ook kunnen worden toegepast in geval van voortgezet ondernemerschap.

U bent niet ingelogd

Om de volledige inhoud van dit artikel te kunnen zien dient u te zijn ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer dan vandaag nog voor een gratis proefabonnement!

Inloggen met mijn account Ik ben een nieuwe gebruiker

Probeer nu ELN

Ervaar zelf hoe u leert met ELN

Open de demo-omgeving
Welkom bij ELN