Ondernemingsrecht

Nietigheid en vernietigbaarheid van besluiten van organen van rechtspersonen

Toegevoegd:
Ondernemingsrecht

Leerdoelen:Bekrachtiging en bevestiging van nietige en vernietigbare besluiten

In de artikelen 2:14 BW en 2:15 BW is de aantastbaarheid van besluiten geregeld. Art. 2:14 BW bevat de regeling inzake de nietigheid van besluiten en art. 2:15 BW de regeling inzake vernietigbaarheid van besluiten. In de praktijk blijkt dat niet altijd duidelijk is of sprake is van nietigheid of vernietigbaarheid. In deze ELN wordt behandeld welke besluiten kunnen worden aangetast, of sprake is van nietigheid of vernietigbaarheid en wat de gevolgen hiervan zijn. 



Als sprake is van een nietig of vernietigbaar besluit en de betrokken partijen dit gebrekkige besluit willen herstellen, dan is dat mogelijk door bekrachtiging of bevestiging. Nietige en vernietigbare besluiten zijn via verschillende wegen te herstellen.

Herstel nietige besluiten uit art. 2:14 BW
In ***LINKJE* art. 2:14 lid 2 BW is een bepaling opgenomen op grond waarvan een nietig besluit kan worden bekrachtigd en daarmee kan worden hersteld. Voor toepassing van deze bepaling gelden twee nadere voorwaarden. Door het vereiste van deze voorwaarden kan art. 2:14 lid 2 BW  niet op alle nietige besluiten worden toegepast. De eerste beperking van art. 2:14 lid 2 BW betreft het feit dat de bekrachtiging alleen plaats kan vinden voor besluiten die nietig zijn vanwege het ontbreken van een door de wet of statuten voorgeschreven handeling of het ontbreken van een mededeling aan een ander dan het orgaan welke het besluit heeft genomen. In dat geval kan het andere orgaan bekrachtigen, waardoor het besluit geldig wordt. De wet schrijft voor dat indien voor de ontbrekende handeling een vereiste is gesteld, dit vereiste ook geldt voor de bekrachtiging. De tweede beperking volgt uit ***LINKJE* art. 2:14 lid 3 BW. De bekrachtiging moet plaatsvinden binnen een redelijke termijn. Na het verstrijken van een redelijke termijn (die aan de ander is gesteld), kan geen ‘Boek 2-bekrachtiging’ meer plaatsvinden.  

Door de twee beperkingen uit art. 2:14 lid 2 jo. art. 2:14 lid 3 BW niet ieder nietig besluit worden bekrachtigd. Voor die besluiten die buiten de werking van art. 2:14 lid 2 BW vallen, biedt Boek 3 BW nog een bekrachtigingsmogelijkheid in ***LINKJE* art. 3:58 BW. Deze bepaling uit Boek 3 BW is via de schakelbepaling uit art. 3:59 BW ook op besluiten uit Boek 2 BW van toepassing.
Op grond van art. 3:58 BW is convalescentie mogelijk. Als alsnog aan de wettelijke of statutaire vereisten van de rechtshandeling wordt voldaan, is het besluit met terugwerkende kracht hersteld en geldig. Hiervoor is vereist dat de belanghebbenden in de periode tussen het moment waarop het besluit genomen werd en het vereiste in werking trad, het besluit als geldig hebben aangemerkt. Door convalescentie wordt een vormfout hersteld. Als een belanghebbende zich in de tussentijd wel op de nietigheid beroept, is convalescentie niet meer mogelijk. De belanghebbenden mogen zich dus in de tussentijd niet hebben beroepen op de nietigheid. De vraag wie belanghebbende in de zin van art. 3:58 BW is, hangt af van de omstandigheden van het geval.
Convalescentie kent een ruimere toepassing dan art. 2:14 BW in de zin dat convalescentie niet binnen een redelijke termijn  hoeft plaats te vinden. Bij convalescentie speelt verjaring geen rol.  

Herstel vernietigbare besluiten uit art. 2:15 BW  
In ***LINKJE* art. 2:15 lid 6 BW staat een bevestigingsmogelijkheid voor een specifiek geval waarin sprake is van een vernietigbaar besluit. In dat geval kan een nieuw besluit worden genomen dat de bevestiging van het vernietigbare besluit inhoudt. Voor dat nieuwe besluit gelden dezelfde vereisten als de vereisten die golden voor het oorspronkelijke besluit. Op grond van art. 2:15 lid 3 BW kan een vordering tot vernietiging worden ingesteld door een belanghebbende of door de rechtspersoon zelf. In art. 2:15 lid 6 BW wordt voor de bevestiging van een vernietigbaar besluit de beperking gesteld dat deze bevestiging niet plaats kan vinden wanneer een vordering tot vernietiging van het besluit aanhangig is.  
Verder kan ***LINKJE* art. 3:55 BW hier een rol spelen. Op grond van dat artikel vervalt de bevoegdheid tot vernietiging van een besluit als degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt, de rechtshandeling bevestigt. Hiervoor moet de verjaringstermijn voor de vernietiging van de rechtshandeling zijn aangevangen.

U bent niet ingelogd

Om de volledige inhoud van dit artikel te kunnen zien dient u te zijn ingelogd. Heeft u nog geen account? Registreer dan vandaag nog voor een gratis proefabonnement!

Inloggen met mijn account Ik ben een nieuwe gebruiker

Probeer nu ELN

Ervaar zelf hoe u leert met ELN

Open de demo-omgeving
Welkom bij ELN